In het belang van de veiligheid van alle deelnemers gelden bij WRV De Zaan, naast de gebruikelijke, de volgende vaarregels.
|
|
· Er mag niet gevaren worden:
- na zonsondergang
- bij dichte mist (wanneer de overkant van de Zaan niet meer te zien is)
- bij windkracht 6 Bft en hoger, uitgezonderd in de Woelwater (grootwaterwherry) zie onder
- bij windkracht 8 Bft en hoger ook niet in de Woelwater
- bij onweer
- bij ijsgang
- bij luchttemperatuur van 4° en lager: in overnaadse boten, skiff en C1
- bij luchttemperatuur van 4º en lager én windkracht 4 Bft en hoger: in C-boten
- bij luchttemperatuur van 0° en lager: in alle boten
Schematische weergave uitvaren
|
Matrix (niet) uitvaren |
overnaads |
skiff |
C1 |
C2, C4 |
D2 |
Wherry |
grootw wherry |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
na zonsondergang |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
|
uitsluitend met toestemming van het bestuur: na zonsondergang |
|
|
|
|
|
|
|
|
met rondschijnend |
√ |
nee |
nee |
√ |
√ |
√ |
√ |
|
wit licht |
|
|
|
|
|
|
|
|
dichte mist |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
|
6 tot 8 Beaufort |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
√ |
|
8 Beaufort en hoger |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
|
onweer |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
|
ijsgang |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
|
4° t/m 1° |
nee |
nee |
nee |
√ |
√ |
√ |
√ |
|
4° t/m 1° èn =>4 Bft |
nee |
nee |
nee |
nee |
√ |
√ |
√ |
|
0° en lager |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
nee |
Overige bepalingen
· Je mag slechts uitvaren in het boottype waarvoor je bent afgeroeid
· Indien een roeier meegaat in een boottype waarvoor hij/zij niet is afgeroeid, wordt het automatisch een instructievaart. Een daartoe bevoegde instructeur zal dus altijd tot de bemanning moeten behoren.
· Bij instructie kan de instructeur naar eigen inzicht, naar gelang de weersomstandigheden en roeiervaring van de kandidaten, hiervan afwijken.
· Voor het roeien in een ongestuurde single wherry dient men te zijn afgeroeid in de skiff.
· Voor het gebruik van alcohol gelden op het water dezelfde regels als in het verkeer.
Alle deelnemers dienen op de hoogte te zijn van de weersverwachting en na te gaan of er mag worden uitgevaren. Hoe slechter/kouder het weer hoe dichter men onder de wal vaart. Dit geldt vooral in de maanden november tot en met april.
Het gevaar van de gevolgen van onderkoeling door te water raken mag niet onderschat worden. Bij een watertemperatuur van vier graden en windkracht vijf wordt de overlevingsduur uitgedrukt in minuten! Meer informatie over veiligheid en onderkoeling is verkrijgbaar bij de roeicommissaris.
Roeiers
Alle roeiers dienen op de hoogte te zijn van de regels van de vereniging.
Voor vertrek worden in het afschrijfboek datum, tijd, deelnemers en bestemming vermeld en worden boot en onderdelen gecontroleerd. Schrijf duidelijk leesbaar.
Stuurlieden
Stuurlieden alsmede boegroeiers van ongestuurde boten moeten over een goed gezichtsvermogen beschikken en links en rechts over de schouder kunnen kijken.
Stuurlieden dienen uiteraard goed te kunnen sturen, de commando’s te kennen en te kunnen geven, overwicht over de ploeg te hebben, de weersomstandigheden te kunnen inschatten en de belangrijkste bepalingen van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) te kennen.
Eigen verantwoordelijkheid
Overschat je capaciteiten niet. Houd altijd in het oog wat je zelf wél en niet wilt of kunt. Laat je niet overhalen flink te doen. Laat over veiligheid geen discussie ontstaan.
Eigen risico
De vereniging kan voor een schadeveroorzakende gebeurtenis geen verantwoordelijkheid dragen of aansprakelijkheid aanvaarden. Elk lid dient zelf te zorgen voor een adequate aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (avp) waarop een beroep kan worden gedaan. Dit geldt ook voor introducé ’s.
Schade aan zaken van de vereniging
Het kan gebeuren dat iemand in zijn hoedanigheid van lid van de WRV per ongeluk schade toebrengt aan eigendommen van de vereniging. Die schade dient zo gauw mogelijk aan de materiaalcommissaris te worden meegedeeld, opdat hij maatregelen kan treffen ter beperking en/of herstel van de schade.
Schade aan zaken van derden (leden/niet-leden) en letsel aan derden (leden/niet-leden)
Het kan gebeuren dat iemand in zijn hoedanigheid van lid van de WRV per ongeluk schade aan zaken van derden of letsel aan derden veroorzaakt. Een dergelijke gebeurtenis dient zo gauw mogelijk aan een lid van het dagelijks bestuur te worden gemeld, opdat het dagelijks bestuur vlot de maatregelen kan treffen, die het in de gegeven situatie gewenst acht.